Afgelopen oktober kwam het kabinet met de voortgangsrapportage "De Digitale Delta". Eén van de actielijnen van het in dit rapport genoemde actieplan e-Europa is het versnellen van e-commerce (of e-handel). Het vergroten van het vertrouwen van de consument in en het verbeteren van de rechtszekerheid voor MKB-bedrijven die electronische diensten aanbieden staat daarin voorop. Opvallend blijft de opmerking dat de burger zelf (gedeeltelijk) verantwoordelijk is voor zijn veiligheid indien er van het internet gebruik wordt gemaakt. Daarom zal de overheid de gebruiker beter bekend gaan maken met de risico's die er zijn op het gebied van e-handel.
Op dit moment vliegen de dot.com faillisementen ons echter om de oren en blijkt de burger ondanks al het marketing geweld dat er door deze e-conomy bedrijven is gecreëerd, nog steeds geen vertrouwen te hebben in on-line winkelen. De risico's die er voor de consument aan een electronische transactie hangen worden namelijk door hem of haar zelf gedragen. De vraag mag dan ook gesteld worden of de manier waarop wordt geprobeerd het vertrouwen in e-handel te vergroten wel werkt.
Men probeert dit te bereiken door het duidelijker maken van de risico's, met als achterliggende gedachte dat men makkelijker iets vertrouwt als duidelijk is hoe kwetsbaar men zich daarvoor moet opstellen (zijnde het risico dat gelopen wordt). Het wegnemen van het risico voor de consument is in mijn opinie een betere manier om dit doel te bereiken.
Zelf maak ik sinds jaar en dag gebruik van mijn creditcard om via het internet aankopen te doen. Het vertrouwen wat ik stel in de on-line winkel is groot omdat ik geen risico loop. Dat doet mijn creditcard maatschappij.
Ik wacht in spanning de voorlichtingscampagnes af die de overheid voor ons de komende tijd in petto heeft ("Ik surf veilig of ik surf niet?"). Mijn vertrouwen zullen zij er echter niet mee winnen.