In reactie op een artikel uit NRC Handelsblad "Stemmen per PC is nog niet aan de orde" door Jörgen Svensson en Kees Aarts van de Faculteit Bestuurskunde van de Universiteit Twente. <integrale tekst via archief>
Het is inderdaad zo dat het gebruiken van een onbetrouwbaar geacht
netwerk (internet) voor het uitvoeren van betrouwbare acties (stemmen)
onaanvaardbare risico's met zich meebrengt. Stemmen per PC is een optie
waarmee men een hogere opkomst bij de verkiezingen wil behalen. De vraag
die centraal gesteld moet worden is hoe tegemoet te komen aan de behoeftes
die men bij de kiezer ontdekt. Men wil namelijk best stemmen, maar het mag
liever geen enkele inspanning kosten.
In plaats van de oplossing te
zoeken in nieuwe technieken/procedures die vooralsnog niet realiseerbaar
zijn (en dat waarschijnlijk nooit worden) lijkt het beter om te kijken
naar een verbetering en vereenvoudiging van de huidige
procedures.
De controle die nu plaats vindt bij het stemlokaal (stembiljet
overhandigen + identificatiebewijs laten zien) is gebaseerd op twee zaken:
1) Het bewijs van stemgerechtigheid, 2) de koppeling van 1) aan de
stemgerechtigde middels persoonlijke identificatie. Eis nummer 1) wordt
bereikt middels het via post opsturen van het stembiljet (geen inspanning
stemgerechtigde). Eis nummer 2) wordt bereikt door fysieke aanwezigheid te
eisen "op een bepaalde plaats" voor het uitvoeren van de persoonscontrole
(teveel inspanning stemgerechtigde). En juist op dat punt kan ICT een
geweldig goede rol spelen.
Maar wat blijkt? Uit onder andere een onderzoek van het Rathenau instituut
(dat op dinsdag 27 maart j.l. de
resultaten ervan heeft aangeboden aan minister Van Boxtel) komt een
verontrusted beeld naar voren.
Het volledige gebrek aan visie, sturing en samenwerking wat tekenend is
voor het ICT beleid van de Nederlandse overheid wordt in dit rapport op
een pijnlijke manier duidelijk gemaakt. Inspanningen op ICT gebied gedaan
door (lokale) overheden worden zonder duidelijke definitie van
doelstellingen, resultaten en samenhang uitgevoerd. En hierin zit de
mogelijkheid, of onmogelijkheid, om het "stem" probleem op te
lossen.
Maak het de burger makkelijker, maar zonder die controle
uit het oog te verliezen. En kijk naar waar de kiezer 1) zonder al te
veel moeite voor hem/haar kan worden geïdentificeerd en 2) waar de kiezer
bereikbaar is.
Bijvoorbeeld; de tankstations langs de Nederlandse snelwegen voeren
dagelijks dit ritueel miljoenen malen uit, zonder noemenswaardige
problemen. Wat is er nu eenvoudiger dan de stemkaarten rond te sturen en
bij de tankstations stemlokalen in te richten? Een drive-through (hoeveel
klanten hebben de drive-in restaurants eigenlijk per dag?) waar men
middels een "vote-and-go" systeem kan stemmen lijkt wel het meest ideale.
Oh ja, en de NS-stations niet te vergeten.
Waarom kan dit niet?
Omdat we nu, voordat er gestemd wordt, controleren of een bepaald persoon
wel woonachtig is in een bepaalde plaats en daarmee stemgerechtigd is. Aan
de hand van stemlijsten ...
En als we deze controle nu eens achteraf uitvoeren? Het enige dat we
moeten controleren is de ingeleverde stemkaart. Dit kan eenvoudig door de
stemkaart in te voeren in een computersysteem dat de kiezer per woonplaats
registreert (streepjescode die alleen een unieke code en de woonplaats
bevat?). Na de stemming worden de gegevens verstuurd naar de
desbetreffende gemeentes zodat ze op de stemlijst kunnen worden nagelopen
(pfft) en na controle wordt de (reeds bekende) uitslag
bekrachtigd.
Een "digitale culturele revolutie" is wat we
hiervoor nodig hebben en het wordt tijd dat we ons dat realiseren. We
zullen daarvoor namelijk de technieken die we hebben en kennen beter
moeten toepassen in plaats van ons op sleeptouw te laten nemen door de
zeer vernieuwend ingestelde ICT industrie.
IMHO (oftewel, in mijn nederige opinie): we neuzelen te veel, jagen de verkeerde doelen na en doen uiteindelijk te weinig.
Juni 2001
Leon Kuunders